Het kameraanbod blijft klote. Je reageert je een ongeluk op kameradvertenties, maar dat doet iedereen. En als je wordt uitgenodigd om kennis te maken, dan ben je er nog niet. Want ook dan ben je niet de enige. Dan moet je ineens leuk gaan doen op een hospi, want zonder leuk doen word je het sowieso niet. Hospiteerborrels zijn er in alle soorten en maten. Wat kun je verwachten?

Hospiteerborrels zijn ongemakkelijk. Meestal. En dan eerder voor jou als hospiteerder dan voor je misschien wel toekomstige huisgenoten. Die kennen elkaar natuurlijk als geen ander en zij hebben de touwtjes in handen. En jij komt voor een soort keuring. Met een zeer kritische jury. 

Jezelf verkopen

Hoe cheap het ook klinkt. Hospiteren is jezelf verkopen. En nee, niet letterlijk, als in hoereren. Of met omkoping, maar je moet jezelf onderscheiden. Van 100 anderen, die net als jij de kamer ‘supertof en helemaal geweldig vinden’ of na vijf minuten al weten dat ‘de mensen in het huis echt helemaal bij ze passen’. Het kan trouwens niet kwaad om iets mee te nemen, maar verwacht er geen wonderen van. Het is een extraatje en het gaat uiteindelijk toch echt om jou. Liever een supertoffe dude of chick zonder flesje, dan een draak mét een flesje.

You never make a second first impression

Wanneer je uiteindelijk op die hospi bent, is belangrijk dat je een positieve indruk achterlaat. Val op, maar overschreeuw niet. Wees op tijd, maar vooral niet té. Ook als je helemaal uit het zuiden komt rijden, met je vader of moeder, en een uur te vroeg bent. Dan ga je maar alvast een rondje de buurt verkennen ofzo. Want studenten zullen studenten niet zijn als ze lastminute nog even een doekje over de wc-bril in je potentiële studentenhuis halen of de haren nog even uit het doucheputje vissen. Ze zitten nog niet op je te wachten. 5 of 10 minuten te vroeg is prima. En je vader of moeder blijft natuurlijk in de auto, weinig ouders zijn geschikt voor een hospi. Dus beter geen risico nemen. Kom ook vooral niet te laat, want die irritatie maak je niet meer goed.

Bekijk het van de andere kant

Geen enkele hospi is hetzelfde. En hoewel je die avond waarschijnlijk liever iets anders zou doen, een stierenbal naar binnenwerken klinkt soms nog aantrekkelijker, dan nog is het voor een goed doel. Een toffe kamer. Met leuke huisgenoten. Vergeet vooral dat laatste niet, want huisgenoten maken je woongenot. Dus gebruik die hospi ook om zelf te bepalen of jij je op je plek gaat voelen. Wees dus eerlijk naar jezelf én naar je potentiële huisgenoten. Als je je namelijk anders voordoet dan je bent, dan val je snel door de mand. Of je hebt een langlopend toneelstuk in het verschiet als je gekozen wordt, maar dat lijkt me wel heel erg vermoeiend. Maak met alle huisgenoten even een praatje, dan weet iedereen na de hospi nog wie je bent. En verplaats je ook in hun schoenen.

Renate (22, student geneeskunde) deelt haar ervaring: “Als hospiteerder is het misschien moeilijk irritant om jezelf steeds maar weer te moeten bewijzen tegenover je potentiële nieuwe huisgenoten. Maar voor de bewoners is het ook niet leuk om een hospi te houden. Het kost tijd en vaak gaat er een geliefd huisgenootje weg. Daarnaast is het voor de bewoners ook heel lastig om in een paar uurtjes een goede indruk te krijgen van jou. Maar ook om iemand te kiezen en anderen teleur te stellen. Uiteindelijk willen jullie allemaal hetzelfde, een chill huis, met leuke huisgenoten die elkaar goed liggen.”

Welk meubelstuk wil je zijn?

Uiteindelijk gaat het er dus om dat je in een huis terechtkomt waar je je thuis voelt, waar de bewoners je vrienden zouden kunnen zijn en waar de kamer aan je verwachtingen voldoet. Het kan dus best voor komen dat je op de hospi al weet dat het niet gaat klikken. Dan merk je snel genoeg, net zoals Mette (22, student logopedie): “Ik kwam eens op een hospiteerborrel van een groepje hogere hotelschoolchicks. De eerste vraag was wat ik dronk als ik de kroeg in ging. ‘Bier,’ zei ik. Daar gingen de neuzen al een beetje scheef van staan want hogere hotelchicks drinken blijkbaar alleen maar wijn. Dat vond ik op mijn beurt dan weer raar, want kroegwijn vind ik de meest ranzige troep die ik me voorstellen. Maar goed, meerdere vragen volgden en ik deed braaf mijn best voor een kamer die ik nog niet eens had gezien. Toen kwam een vraag waar mijn haren nog steeds van overeind gaan staan: ‘Wat voor meubelstuk zou je willen zijn?’ MEUBELSTUK. Are you f*cking kidding me? Ik kom voor een kamer, het liefst met gezellige huisgenoten die bier drinken en ik wil helemaal geen meubelstuk zijn.

Maar oké, ik kwam daar om me van m’n beste kant te laten zien en dus zei ik: ‘een inbouwkast.’ De wijndrinkende hogere hotelchicks keken me van achter hun veel te grote wijnglas, wat meer deed denken aan een vissenkom, verbaasd aan. ‘Ja,’ ging ik verder: ‘Ik ben niet duidelijk aanwezig maar wel chill om erbij te hebben geloof ik.’ Ik geef mezelf nog regelmatig een schouderklopje voor dit antwoord als ik er over nadenk. Blijkbaar dachten zij er anders over. Een inbouwkast is natuurlijk ook helemaal geen meubelstuk. Toch jammer, want ik ben best chill om er bij te hebben.” Geen klik dus, prima. Er zijn genoeg huizen waar je die klik wel kunt vinden.

Vermijd het copy-paste-onderbuikgevoel

Hoe dan ook, je moet eerst wel worden uitgenodigd. En dat begint al bij je reactie op een advertentie. Als die eruit springt dan ben je al een heel eind. En nee, dat lukt niet met een ‘kijk-mij-eens-even-mooi-zijn-foto’ of een standaard riedeltje met je leeftijd en je studie. Als je even de tijd neemt om jezelf echt voor te stellen, dan wordt dat opgemerkt. Dan krijg je niet zo’n ‘copy-paste-onderbuikgevoel’. Waarom ben jij zo ontzettend tof en leuk en moéten ze echt met jou kennismaken? Gooi er een leuke anekdote in, wees creatief, vertel een toffe mop. Zo lang het maar bij jou past en een beeld geeft van wie jij bent. Dat blijft namelijk hangen.