Studenten en afgestudeerden met een studielening hebben een slechtere mentale gezondheid. Het verband is voor het eerst wetenschappelijk aangetoond met een onderzoek dat werd gepubliceerd in het vakblad Social Science & Medicine.

Stress en zorgen over terugbetaling

Voor het onderzoek werden de gegevens van 4.643 Amerikanen geanalyseerd. Mensen met studieleningen vertoonden vaker tekenen van een slechtere mentale gezondheid. Ze hadden vaker stress en zorgen, vooral over het terugbetalen van de schuld. Eerder werd al aangetoond dat mensen met een andere soort lening vaker psychologische stoornissen en angsten hebben.

Ook in Nederland?

Dit onderzoek is dan wel in de Verenigde Staten gehouden, waar het onderwijssysteem anders in elkaar zit, maar de kans zit erin dat Nederlandse studenten hier ook mee te maken krijgen. Even een vergelijking.

In 2011 was de gemiddelde studieschuld in de VS $ 23.300; 40% van de mensen onder de 30 had een studielening. Ter vergelijking: volgens de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) zal de gemiddelde studieschuld in Nederland (na het invoeren van het leenstelsel) € 30.000 zijn.

Bijna geen beurzen in Nederland

Belangrijk hierbij is wel dat in de VS maar één op de drie studenten het volledige collegegeld betaalt; er zijn enorm veel beurzen waar ze aanspraak op kunnen maken. Deze zijn niet alleen gebaseerd op het inkomen. In het Nederlandse leenstelsel heb je alleen recht op maximaal € 365 als je ouders tussen de € 30.000 en € 46.000 verdienen. Daar staat dan weer tegenover dat het collegegeld in Nederland vele malen lager ligt. (€ 1.906 voor 2014/2015 tegenover € 9.139 tot € 22.958 voor een publieke universiteit in de VS).

Verschillen in studielening VS en Nederland


Wel zijn er grote verschillen tussen leningen in de VS en in Nederland: zo kunnen ze in Amerika niet worden kwijtgescholden, moeten ze in kortere tijd terugbetaald worden (10 tot 25 jaar ten opzichte van 30 tot 40 jaar) en is het percentage van het inkomen dat aan aflossing wordt besteed, veel hoger (10 tot 15% ten opzichte van 4%).

 

 

Bronnen: DUB, Trouw, New York Magazine - Science of Us, CollegeBoard en Science Direct