We kunnen het niet meer aanhoren, elk jaar weer dezelfde Sinterklaasgedichtenmeuk. “Maar het is zo moeilijk om een gedicht te schrijven!” Nou dat valt echt wel mee en zeker als je deze tips hebt gelezen! 

 

Maak het persoonlijk

Allereerst is het leuker en gemakkelijker om het gedicht persoonlijk te maken. Verwerk karaktereigenschappen, hobby’s, misschien wel een fetisj van je getrokken lootje in je gedicht.

Schrijf deze trefwoorden op en ga eens kijken wat er op rijmt. Zo heb je al snel een paar zinnen! Geen idee wat we bedoelen? Hier een aantal voorbeelden:

- "Je rent hele stukken, dat houdt je fit. Beter dan dat je op je billen zit!"
- "In jouw vrije tijd vind je schilderen een fijne bezigheid."
- "Schrijven, dat is je lust en je leven. Daar wil je misschien wel alles voor opgeven."

 

Beschrijf het cadeau

Nog geen inspiratie? Schrijf over je cadeau! Beschrijf het, maak er misschien een grapje over, zoek recensies op internet, etc.

"Je bent altijd bezig over die ene cd,Je houdt er maar niet over op,
Dus dacht ik,:“geef haar die maar mee!”Dat vind je vast helemaal top."

 

Algemeen gedicht

Ken je de persoon van jouw getrokken lootje niet echt en heb je geen inspiratie? Probeer dan geen clichés te gebruiken in jouw gedicht. Natuurlijk is het makkelijk om terug te vallen op de oude Sint en Piet-grapjes, maar meer dan een geforceerd lachje creëer je niet bij de lezer. Daarom kan je gaan voor een algemeen gedicht.

"Ach Sint houd toch zo van winkelen,
Daarvan gaan zijn ogen twinkelen,
Maar ach meisje,
Wat raakte hij in paniek van jouw lijstje!
Piet zat jou te bespioneren,
Hij durfde niet bij jouw vrienden te informeren,
Want jouw lijstje was niet echt dol,
Het stond namelijk niet zo vol
Sint reed op zijn paard door de winkelstraten,
Op zoek naar een speciaal cadeau voor jou,
Maar terwijl hij met zwarte piet was aan het praten,
Werd hij bevangen door de kou.
Hij wilde in een winkel schuilen,
Maar zijn paard was te groot,
Hij begon verstompt te huilen,
En rende terug naar zijn boot."

 

Welk rijmschema?

Als we de inspiratie hebben gevonden, gaan we kijken naar de structuur van het gedicht. Allereerst is het belangrijk om een zin pas op te schrijven als je een rijmwoord hebt gevonden. Je kan een perfecte zin in je hoofd hebben die eindigt op het woord 'winkel' en dan blijf je uren nadenken over het goede rijmwoord. Jammer van je tijd.

Probeer je zinnen te laten eindigen op makkelijke woorden, zodat het rijmen altijd makkelijker wordt. Denk aan woorden met lange klanken: boot, daad, meel, etc.En als we kijken naar de echte structuur van het gedicht, zien we hopelijk een rijmschema. Belangrijk is om een simpel rijmschema te gebruiken.

Voorbeeld AABB:

"Varend op zijn boot, ging Sint door de sloot,
Hij keek naar zijn paard,
En voelde filosoferend aan zijn baard."

Voorbeeld ABAB:

"Sint liep door de winkelstraten,
Op zoek naar een cadeau voor jou,
En toen kon hij het niet laten,
Hij wist zeker dat je lachen zou."

Voorbeeld ABCB:

"Sint liep over het dak
En keek bij jou naar binnen
Daar zag hij een ieniemienie schoorsteen,
Daar kon hij toch niet aan beginnen!"

 

Laatste tip

Als het goed is, heb je nu een redelijk begin van je gedicht! Een laatste tip; lees je gedicht hardop voor. Dan hoor je wat er niet goed klinkt en bedenk je sneller meerdere rijmwoorden. 

Met al deze tips en trics moet dat gedichtje geen probleem meer zijn. Dus pak pen en papier en bijt even door de pijn, als je een paar regels op papier hebt staan, voel jij je weer fijn!

 

Beeld: Pixabay