Onze freelance redacteur Floortje Smit reisde drie weken in Egypte rond. Ze kwam terug met een tas vol verhalen. Hieronder deel 1, wordt vervolgd over twee weken.,,Where you from?’’ Een blij Aziatisch hoofd doemt op in de duisternis naast me. Oh nee. Geen smalltalk nu. Het is half vier ‘s ochtends, ik ben nog misselijk van de geur van omelet, high van de anti-diarreepillen en ik zit op de meest beroerde plaats van het minibusje.

Where you're from,,Holland,’’ pers ik eruit, zwak glimlachend. ,,Ooooh, nice to meet you. We from South-Korea!’’ Achter het meisje verschijnt een tweede lachend hoofd en de twee jongens op het bankje voor me draaien zich om en steken hun hand in de lucht. Guus Hiddink, Mido: regelmatig heb ik mijn afkomst al vervloekt. En de gek die al die Egyptenaren ‘allemachtig prachtig tachtig’ heeft geleerd, verdient het om op humane wijze uit zijn lijden verlost te worden. Ik speel alsof ik in slaap val; Korea begrijpt de hint.

Helse reisSlaap, wat zou dat heerlijk zijn. Deze helse reis naar Abu Simbel duurt nog zeker vier uur. Na een kwartiertje begint een zeurende pijn zich te verspreiden onder in mijn rug. Net als ik wegzak, galmt de Arabische ringtone van de chauffeur door het busje. Leuk souvenir als je je omgeving helemaal gek wilt maken, bedenk ik de eerste keer nog optimistisch.

StatussymboolIets waarvoor je in Nederland gelynched kunt worden -het eindeloos over laten gaan van je mobieltje in een openbare ruimte- is hier een statussymbool. Een mobieltje is duur, dus als je er een hebt, moet iedereen dat weten. Als de chauffeur de Egyptische tophit voor de vijfde keer compleet negeert, begin ik me toch bezorgd af te vragen of de beste man in slaap is gevallen achter het stuur.

De Grand Prix voor mietjesDe grote weg dwars door de woestijn is bereikt en wat vóór de controleposten een keurige colonne bussen was, is nu een racewedstrijd waarbij de Grand Prix voor mietjes lijkt. Onze chauffeur blijkt toch bereikbaar. Hij voert een geanimeerd gesprek in het Arabisch terwijl hij half uit het raam hangt om langs een grote touringcar naar eventuele tegenliggers te kijken. Volgens de verkeersborden geldt er een inhaalverbod, volgens de buschauffeurs niet. Hij zal toch niet echt..? Jawel, wat extra gas erbij en ons stokoude busje raast langs zijn grote paarse broer. Ik knijp mijn ogen dicht en denk aan wolkjes en huppelende schapen.

,,No flash, please’’ ,,Over anderhalf uur weer hier,’’ beveelt de chauffeur bits als hij de deur opengooit. Daar sta ik dan. Duizelig en versuft van de slaap. De ideale prooi voor de kudde Egyptenaren die behangen met boeken, kettinkjes en t-shirts op me af komen lopen. ‘Doorlopen’ zegt mijn overlevingsinstinct. Ik word beloond. De tempels van Abu Simbel zijn volgens sommigen de meest indrukwekkende van Egypte. Blok voor blok werden ze verplaatst omdat ze het Nassermeer ze anders zou overspoelen. Ze zijn inderdaad adembenemend. Niet in de laatste plaats omdat het zo rond de vijftig graden is en ik tegelijkertijd met honderden andere toeristen langs de zuilen schuifel. ,,No flash, please,’’ mompelen de soldaten zonder enige overtuiging. Vlagen van historisch besef worden direct de kop ingedrukt door jengelende kinderen en Japanners met domme hoedjes. Dikke huisvaders flitsen toch. Een groep toeristen ‘walk like an Egyptian’ voor de foto. De hitte en irritatie worden ondragelijk. Mag ik alsjeblieft terug in de minibus?