Roadtrips zijn echt top. Je kunt letterlijk gaan en staan waar je wilt; je zit niet vast aan OV- of vliegtijden. Daarnaast kom je met de auto op verborgen plekjes waar je met bijvoorbeeld een tourbus niet snel naartoe zal gaan. In principe is elk land geschikt voor een roadtrip, maar er zijn altijd (positieve!) uitzonderingen op de regel…  

1. Noord-Spanje

Mensen denken bij Spanje al snel aan de Costa del Sol, Ibiza en Barcelona. Noord-Spanje is relatief onbekend en nog niet ontdekt door massa’s toeristen, dus zeker de moeite waard. Of je nou via Frankrijk naar Noord-Spanje rijdt of in 2 uurtjes naar Bilbao vliegt: de keuze is aan jou. De opkomende stad Bilbao moet je sowieso gezien hebben; dit is allang geen grauwe industriestad meer. Ook de regio Baskenland is een bezoekje waard: Game of Thrones is hier niet voor niets opgenomen. En hier blijft het niet bij: de natuur in Noord-Spanje is prachtig, en ideaal voor de sportieve types onder ons. Van parelwitte stranden tot bossen en bergen: je komt alles tegen. Daarnaast is Noord-Spanje de voorloper op gastronomisch gebied, zeker als het gaat om wijnen. Tel hier de vele traditionele dorpen en steden bij op, en je roadtrip is compleet. Nog een pluspunt: Noord-Spanje is een stuk goedkoper dan andere Spaanse bestemmingen. 

2. IJsland

Oké, het is niet de goedkoopste bestemming, maar je móét gewoon een keer in IJsland geweest zijn. Aan één week roadtrippen heb je trouwens genoeg, dus de kosten blijven nog redelijk beperkt 😉. Maar waarom IJsland? Het land beschikt over gevarieerde, ruige natuur, zoals vulkanen, geisers en watervallen. Met andere woorden: IJsland is erg #Instaworthy en na elke haarspeldbocht sta je weer versteld van de mooie natuur. Daarnaast zijn de vele waterbronnen, waaronder de bekende Blue Lagoon, zeker een duik (of twee, of drie) waard. Bovendien mag de stad Reykjavik niet ontbreken op je lijstje, aangezien de stad zeer citytrip-proof is. Dus, IJsland saai? Verre van. Kilometers rondrijden zonder ook maar iets of iemand tegen te komen – behalve moeder aarde – is juist heel mindful. Oh, en als je mazzel hebt, kun je het Noorderlicht zien!

3. De Amalfikust van Italië 

Deze route staat op de werelderfgoedlijst UNESCO, en dat heeft zo zijn redenen. Google ‘Amalfikust’ en je weet het zeker: hier moet je naartoe. De route langs de Amalfikust slingert door een landschap waar geen Instagram-filter voor nodig is. De pastelkleurige dorpjes en de azuurblauwe zee zijn adembenemend mooi (ja, echt waar). De route is ongeveer 50 kilometer lang, dus dat is een goede reden om extra lang over je roadtrip te doen. Maar aan hotspots geen gebrek, want de route bestaat uit enorm veel dorpjes en uitzichtpunten. Ook zijn er genoeg restaurantjes te vinden waar ze niet alleen pasta en pizza, maar ook verse vis serveren. Heb je nog wat tijd over? Bezoek dan zeker de badplaats Sorrento (beroemd vanwege de limoncello) en het eilandje Capri. Houd er wel rekening mee dat de Amalfikust onwijs populair is, dus wees voorbereid op drukte. 

4. Schotland

Ja, je moet links rijden. Dus ben je uit op avontuur, ga dan vooral roadtrippen door Schotland. Je moet sowieso een bezoekje brengen aan Edinburgh: een stad met een heel romantisch en middeleeuws karakter. Daarnaast kan een zoektocht naar het monster van Loch Ness niet ontbreken op je lijstje. Verder is Schotland uitermate geschikt voor natuurliefhebbers. Het landschap is enorm divers; zo heeft Schotland zelfs stranden die omringd zijn met groene duinen en bergen. Ook kun je heel goed hiken en wandelen in Schotland (een regenjas meenemen is een aanrader). Een lange dag wandelen sluit je af in één van de vele stadjes of dorpjes, waar je gegarandeerd kunt genieten van traditionele Whisky. Dus boek een ferry naar Schotland, huur daar een auto en waan je tussen de doedelzakken, het typische accentje en de Schotse hooglanders. 

5. Sardinië

Dit Italiaanse eiland heeft ontzettend veel te bieden. Het eiland is groter dan je denkt, en in alle hoeken en gaten zitten bezienswaardigheden verstopt. Ook zijn er veel mooie stranden met enorm helder water te vinden, die je alleen kunt bereiken met de auto. Daarnaast barst Sardinië van stadjes die er net zo uitzien als in de film: smalle straatjes, kleine balkonnetjes en wapperende was boven de straten. Als je met de auto richting het binnenland gaat, dan vind je een enorme variatie aan natuur. Een week is trouwens niet genoeg om het hele eiland te verkennen; kies in dat geval alleen voor Noord-Sardinië. Oh, en Sardinië is een zogenaamde ‘blue zone’: de inwoners leven hier gemiddeld langer. Dat valt te begrijpen, als je op zo’n prachtig eiland woont…