1. Neem vrienden mee

Samen krijg je meer voor elkaar dan alleen. En zo werkt het ook met sporten. Waarschijnlijk gaan jullie allebei niet voor je plezier sporten, maar zo kun je op z’n minst met elkaar bijpraten. Daarnaast kun je elkaar motiveren, want jij doet natuurlijk minstens één push-up meer dan je maatje. Jullie zitten in hetzelfde schuitje, maar samen trekken jullie elkaar er doorheen.

 

2. Groepslessen

Dat er nog geen mensen zijn gestorven van verveling op de loopband is een wonder. Een stel apparaten gaat behoorlijk snel vervelen, dus een hoop discipline is vereist om dit wekelijks te blijven doen. Groepslessen daarentegen zijn vaak een stuk minder saai en je hebt een instructeur die je blijft motiveren. 

En om weer terug te komen op punt 1: je bent niet de enige in zo’n groepsles, wat betekent dat je bewust of onbewust gemotiveerd wordt door de mensen om je heen.

 

3. Stel concrete doelen

Als sporten niet je favoriete bezigheid is, is de kans dat je wekelijks blijft gaan vrij klein. Het is immers lastig om iets te blijven doen waar je een gruwelijke hekel aan hebt. Belangrijk is daarom dat je voor jezelf een doel stelt waar je jezelf aan kan herinneren. Zo weet je waar je naartoe werkt en waar je het allemaal voor doet. 

Maak dat doel concreet. Dus niet: ik wil afvallen. Maar: ik wil in drie maanden vijf kilo afvallen. Of: ik wil elke week twee keer naar de sportschool gaan om daar een uur te sporten.

En ook niet onbelangrijk: wanneer je een doel voor ogen hebt kun je sportschool medewerkers ook inlichten, zodat zij je kunnen helpen met een maken een trainingsschema.

 

4. Koop leuke sportkleding

Als je hele kledingkast volhangt met super leuke sportkleding, wil je dat natuurlijk ook aan iedereen laten zien. Daarvoor zal je toch naar de sportschool moeten, al is het alleen maar om je outfit te showen. Als je eenmaal op de sportschool bent is de kans groter dat je ook daadwerkelijk je work-out gaan doen.