Vooral in veel verenigingshuizen bestaat er een heuse pikorde. Maar ieder studentenhuis kent zijn eigen hiërarchie en overal betekent dit iets anders.

De vorm van de hiërarchie in een studentenhuis verschilt per woning, net als het belang dat aan de pikorde wordt gehecht. Sommige huizen kennen een strikte structuur gebaseerd op regels die aangeven hoeveel een bepaalde student te vertellen heeft. In andere gevallen is de ‘machtsverdeling’ minder duidelijk en vindt deze plaats zonder duidelijke regelgeving. In sommige huizen is er zelfs helemaal geen sprake van een pikorde.

Verenigingshuizen

In de verenigingshuizen is de hiërarchie over het algemeen het best zichtbaar. Hoe langer je bij de vereniging zit en hoe hechter je er aan bent verbonden, des te meer je inspraak je hebt. Feuten die net in een huis zijn komen wonen, worden vaak bestempeld als huisjongste en bungelen volledig onderaan de voedselketen.

Ze hebben amper iets te zeggen over hoe de zaken er aan toe gaan draaien op voor de vervelendste klusjes. Als sloofje van de huisouderen zet je regelmatig het afval buiten, moet je op jacht naar de rat die al weken de keuken onveilig maakt en krijg je net iets vaker dan de anderen de afwas in je maag gesplitst. Door meer voor de vereniging te doen en simpelweg langer in het huis te wonen, krijg je steeds meer rechten en sta je steeds steviger in je schoenen.

Democratisch

In huizen die niet aan een vereniging zijn verbonden, gaat het er vaak wat ongedwongener aan toe. Bewoners kunnen hier geen macht of status ontlenen aan hun positie binnen een vereniging, waardoor de verschillen tussen huisoudsten en –jongsten kleiner zijn. Hier zijn het vaak letterlijk de oudste studenten of degenen die er het langst wonen die het voor het zeggen hebben.

De verdeling van macht is meer gebaseerd op het groepsproces tussen huisgenoten en beslissingen worden veel democratischer genomen. Iemand die veel tijd doorbrengt met zijn huisgenoten zal vanzelfsprekend meer te vertellen hebben dan iemand die alleen thuis komt om te slapen.

Tip 1: Weinig last veroorzaken

Of je nu in een democratisch studentenhuis woont of in het dictatoriale regime van een verenigingshuis, het is belangrijk dat je een goede positie voor jezelf weet te bemachtigen. Er zijn verschillende dingen die je kunt doen om meer inspraak te krijgen binnen je woning. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je huisgenoten zo min mogelijk last van je hebben. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar het is verbazend hoeveel sociaal overwicht het je kan bezorgen als nooit iemand zijn nek breekt over jouw wasgoed of wakker ligt door je muziek.

Als je anderen kan beschuldigen van fouten die je zelf nooit maakt, geeft dit je argumenten een stuk meer kracht als er een beslissing genomen moet worden.

Tip 2: Maak jezelf onmisbaar

Zorg ervoor dat je huisgenoten op een bepaald vlak volledig van jou afhankelijk zijn. Zolang ze je nodig hebben voor bepaalde zaken, zullen ze wel oppassen je tegen zich in het harnas te jagen. Kan je supergoed koken? Maak een paar tongstrelende gerechten klaar en je huisgenoten zullen je smeken vaker in de keuken te staan. Ten koste van een paar vervelende taken natuurlijk. Geen wc-schrobdienst meer voor jou.

Heb je een groep bloedmooie vriendinnen? Stel ze eens voor aan je mannelijke huisgenoten en voor je het weet ben je de meest geliefde persoon van het huis. Zoek uit wat jij je medestudenten te bieden hebt en laat daar genoeg voor bieden.