Het kabinet Balkenende heeft de Lissabon-doelstellingen nog niet bij het grofvuil gezet. Het doet er zelfs een schepje bovenop. In 2020 moet de helft van alle werkende Nederlanders hoogopgeleid zijn.

Volgens de veelbesproken Lissabon-doelstellingen zou in 2010 de helft van alle jongeren moeten deelnemen aan het hoger onderwijs. Als de stijgende lijn aanhoudt, haalt Nederland die doelstelling nog net. Maar het is volgens de overheid niet voldoende. Want lang niet iedereen die aan een studie begint, maakt hem af. En het gaat tenslotte om het opleidingsniveau van de beroepsbevolking.Het kabinet noemt een aantal maatregelen om zijn ambities te verwezenlijken, waaronder de experimenten met korte programma’s in het hbo en ‘flexibeler toelating’ van studenten zonder vooropleiding tot het hoger onderwijs. Het moet eenvoudiger worden om een hoge opleiding te volgen.

“Vijftig procent hoogopgeleid is buitengewoon ambitieus”, vindt Ria Bronneman van het Sociaal en Cultureel Planbureau. “Daarvoor moet je waarschijnlijk de definitie van ‘hoger opgeleid’ veranderen en het is de vraag wat je daarmee opschiet. Of de korte hbo-opleidingen van hoog niveau zijn, moet nog blijken. Het hoger onderwijs kan zijn energie waarschijnlijk beter besteden aan het bestrijden van de uitval onder studenten. Die hebben al een havo of vwo-diploma, dus ze hebben het vermogen om het diploma te halen. Waarom vallen ze dan zo vaak uit?”Maar de overheid verwacht kennelijk veel van de korte hbo-programma’s die opleiden tot het ‘associate degree’. Staatssecretaris Rutte heeft een nieuwe ronde met experimenten aangekondigd. Die mogen halverwege het volgende studiejaar of in september 2007 van start. Er leiden uiteraard meer wegen naar Rome. Het kabinet wil ook meer kenniswerkers en studenten uit het buitenland naar Nederland halen.