1. ‘Ik heb dus echt geen boodschappenlijstje nodig’

Echt wel. Súper wel zelfs en daar kom je snel genoeg achter. Op het moment dat je op de zuivelafdeling staat en je met je hoofd bij die ene schoolopdracht zit, vergeet je zomaar dat je ook nog groente in je noedels wilde mikken. Ouders boos, jij vet ongezond bezig en het is nog eens een saaie maaltijd ook. Dat, lieve studenten, is waarom we boodschappenlijstjes hebben.
 

2. ‘Dit is sowieso genoeg voor 1 persoon’

Absoluut niet. ‘Genoeg voor 1 persoon’ is meestal ‘genoeg voor alle buren én hun katten.’ Nu zijn katten best leuk, maar het zijn niet jouw katten. En elke dag opwarmmaaltijden halen is niet helemaal zoals je ouders het voor zich zien. Er zit maar één ding op: oefenen als een culinaire faalhaas.
 

3. ‘DIT KRIJG IK SOWIESO ALLEMAAL OP!’

Als er één ding is dat je budgettering echt helemaal naar de knoppen helpt, dan is het wel boodschappen doen op een lege maag. Voor je het weet sta je bij de kassa en vraagt de kassière of je een feestje hebt. Je rekent 50 euro af voor een band vol vreten en als je thuis komt neem je twee happen en maakt de gedachte aan al die andere spullen je kotsmisselijk.
 

4. ‘Tien euro boodschappen is genoeg voor de hele week’

Dit is de grootste fout die je maakt. Ik heb het genoeg eerstejaars huisgenootjes horen zeggen. Ik heb er ook genoeg zien huilen omdat ze de tien euro helemaal niet haalden. Deel voor de grap je hoopvolle budget even door zeven, dan kom je uit op € 1,42. Succes hè.
 

5. ‘Ik pak gewoon wat ik nodig heb’

Kijk eens wat lager in de vakken. Dan zie je ineens dat de huismerken een stuk goedkoper zijn en vraag je jezelf af of er in die dure A-merken goud verwerkt zit. Misschien helpt dat je ook nog om de € 10 per week te halen. (Reality check: zelfs dan niet)
 

Meer van Willem