Als je drie van de onderstaande punten herkent weet je dat deze fase is aangebroken en je je huisgenoten niet meer kan missen. 

 

1. Je stelt de weekenden naar huis telkens uit

Elke student heeft er wel mee te maken, het beruchte telefoontje van je ouders: ‘Wanneer kom je weer eens naar huis?’ 

 

2. Je wordt onrustig als er niemand thuis is

Na een lange werkdag wil je je leed delen, maar waar is iedereen? Nerveus bonk je op alle deuren. Word jij ook onrustig als er niemand thuis is?

 

3. Je huisgenoten vertellen je dat je moet studeren

Dacht je eindelijk af te zijn van je moeder, wijzen je huisgenoten je op het tentamen van morgen. Maar hé, af en toe een beetje hulp is best fijn. 

 

4. Wat van mij is, is ook van jou

Niets is zo makkelijk als een tweede kledingkast. Een outfit voor de bruiloft van je tante? Geen Zara voor jou, nee je vraagt gewoon je huisgenoot. En andersom. 

 

5. Je huisgenoot maakt je wakker

Je verslapen hoort een beetje bij het studentenleven, maar je eerste werkdag wil je niet missen en daarom vraag je je huisgenoot om je wakker te maken.  

En? Kan jij ook niet zonder je huisgenoten?