1. Zonder eten overleef je het niet

Iets waar je niet aan ontkomt is eten. Dit betekent dat je moet koken, want om de dag friet of Chinees halen is niet echt goed voor de lijn. 

Op naar de supermarkt dus. Een half uur lang struin je daar alle schappen af, op zoek naar een lekkere avondmaaltijd. Met een volle tas aan je stuur fiets je vervolgens slingerend terug naar je kamer. Als je aankomt is er sinds vertrek al ruim een uur voorbij.

Nadat je een kwartier lang alle spullen op hun plek hebt gelegd (om ze vervolgens weer allemaal tevoorschijn te halen), ga je aan de slag. Snijden, koken, bakken, en klaar is Kees. Weer een uur voorbij.

Kortom, je bent al gauw tweeënhalf uur verder als je besluit te koken. Had je thuis gewoond, dan hoefde je het zo maar naar binnen te werken of, als het tegenzit, nog even op te warmen: maximaal een half uurtje. Dat scheelt wel.

 

2. Dan nog de afwas

En als je dan eindelijk alles vies hebt gemaakt, moet je het ook weer schoonmaken. Doe je de vaat meteen na het eten, dan gaat dit vrij snel. Was je pas na een week af? Zie dan maar eens die aangekoekte pannen schoon te krijgen. Thuisthuis had je waarschijnlijk een vaatwasser. Het inruimen daarvan kost je niet meer dan tien minuten.

 

3. Het huishouden

Het staat waarschijnlijk niet op nummer één van je priority-list, maar vaak blijft het niet alleen bij het doen van de vaat. De keuken moet ook eens een keer schoon. En wat dacht je van die stinkende wc? Per week ben je daar toch ook wel minimaal een uur mee zoet. Soms neem je als je bij je ouders woont ook huishoudelijke taken op je. Niet? Dan kom je er goed mee weg en kun je deze tijd besteden aan die paper die je nog moest maken of, beter nog, aan het drinken van een lekker biertje.

 

4. Schone kleren

En als je dan een beetje aan het socializen bent, dan wil je wel een goede indruk maken. Een witte bloes met een enorme wijnvlek erop draagt daar niet bepaald aan bij. Dus je koopt wasmiddel, gooit je vieze kleren in de wasmachine en draaien maar. Veel tijd ben je er niet aan kwijt, maar het ergste komt nog: het ophangen en eventueel strijken van je kleren. Weer een uur kwijt. Die tijd had je veel nuttiger kunnen besteden.

 

5. Huisgenoten

Dat socializen is er bij je ouders wat minder bij. Ten eerste heb je geen huisgenoten en ten tweede een veel minder nachtelijk studentenleven. Je hebt je vader, moeder, broer en misschien wel je zus. Toch ben aan je familie veel minder tijd kwijt dan aan je huisgenoten, met wie je dagelijks praatjes maakt en regelmatig huisavonden houdt.