1. Het moment dat alles grappig wordt

Je staat met je vrienden in de club of de kroeg en het is gezellig, je hebt al een paar drankjes op en dan begint het: alles wordt grappig. Het valt je opeens op hoe gek de oren van je beste vriend er uit zien en je kan daar dan ook rustig een kwartier om lachen.

 

2. Let’s dance!

De alcohol begint te werken en je begint losser te worden. Je gooit er wat nieuwe moves in en laat je gaan. Je vraagt je zelfs af waarom je nooit een danscarrière hebt overwogen.

 

3. Je gaat stuntelen

Had je net nog zulke goede moves, in deze fase gaat het niet meer zo vlekkeloos. De kans is dan ook groot dat je minstens één keer uitglijdt / uit het niets je evenwicht verliest / van de trap valt / een vreemde vast moet grijpen / moeite moet doen rechtop de wc te blijven zitten. 

 

4. Je wordt vervelend

In deze fase ben je niet meer leuk aan het kletsen met bekenden. Nee, je valt iedereen lastig. Je vertelt drie keer hetzelfde verhaal, schreeuwt keihard in iemand anders oor en je bent daarnaast ook nog eens heel erg aanhankelijk. Iedereen is je beste vriend en je schreeuwt nog net niet “FREE HUGS!”. Daarnaast vertel je de hele wereld dat je “ECHT NIET dronken” bent.

 

5. Knock out

Als je eenmaal richting huis gaat (vaak onder dwang van je vrienden), merk je dat alles moeilijk gaat. Je sleutel in het slot steken? Onmogelijk zonder hulp. De trap op naar je appartement? Jij probeert het kruipend, maar zonder succes. In het ergste geval ben je zo ver heen dat je half bewusteloos voor je deur gaat liggen.