Mijn moeder probeert me al mijn hele leven op andere gedachten te brengen, maar dat gaat haar niet lukken; ik ben én blijf een notoire messenlikker. Mijn hele leven; tot in het bejaardentehuis aan toe, wanneer ik trillend een veel te gaar gekookte bloemkool naar binnen probeer te werken, zal ik aan mijn mes likken als er iets eetbaars aan zit.

En dat is me dus zeker niet met de paplepel ingegoten. Die lepel mocht ik wel aflikken, maar een likje aan een mes was uit den boze. Nu nog steeds. Als ik aan mijn mes lik wanneer ik bij mijn ouders eet, komt me dat gegarandeerd op een reprimande te staan. “Niet aan je mes likken, dat is gevaarlijk!” Er is geen kerstdiner voorbij gegaan zonder dat die tekst een keer langskwam.Maar ja, bungeejumpen durf ik niet en van kermisattracties die over de kop gaan word ik misselijk. Dus qua thrillseeking blijft er voor mij weinig anders over dan iedere maaltijd even aan mijn mes likken. Als na een paar hapjes het licht op de juiste manier op het zilveren lemmet van het mes valt en voor een prachtige glinstering zorgt, ben ik niet meer te houden. Ik moet likken. Living on the edge, van het mes in dit geval. Het liefst lik ik saus. Een lekkere klodder champignonroomsaus die aan mijn mes is blijven kleven na een stukje varkenshaas. Of portsaus bij een mals stukje ossenhaas. Maar ook een simpele cocktailsaus bij het barbecueën lik ik zonder morren van mijn mes. Zelfs een restje aardappel lik ik vol overgave van mijn mes. Ik lik alles wat de pot schaft. Wanneer ik bij mijn ouders ben buig ik, om voor een extra likkick te zorgen, bij het likken ook nog altijd even over de tafel heen en lik ik het mes vlak voor het gezicht van mijn moeder helemaal schoon. Tot de laatste nanogram eten aan toe. Vaatwasserschoon. “Doe dat nou niet!”, roept ze dan. En dan zeg ik, naar analogie van wat ik vroeger altijd te horen kreeg als ik mijn bord weer eens niet leeg at: “Denk eens aan al die arme kindjes in Afrika, die hebben helemaal geen mes met etensresten om aan te likken!” Het gevoel dat er dan door me heen gaat, is onbeschrijfelijk. Daar kan geen bungeejump of kermisattractie tegenop.

Onuitstaanbaar is in het leven geroepen om af en toe even stil te staan bij onuitstaanbare mensen, zaken en gebeurtenissen die zich op een dusdanige manier in het dagelijks leven hebben genesteld dat het onuitstaanbare karakter hiervan bijna verloren dreigt te gaan, of op zijn minst niet meer wordt onderkend.