Blanco. Helemaal blanco. Ik loop terug en twee minuten later sta ik op dezelfde plek: thee, ik wou theezetten. Het is vakantie, maar madame heeft geen vakantie in der hoofd. Iets met teveel dingen doen en een studie hebben die fulltime door lijkt te gaan. Het is woensdag, de tweede week van de vakantie en de chaos slaat toe. 

Eigenlijk hoor ik met mijn hoofd in Portugal te liggen, maar ik zit met mijn hoofd in een lege Google agenda. Alle afspraken zijn per ongeluk gewist. Ik heb nog maar net een supersonische mobiel en soms gaat er dan wat fout, aangezien ik nog in opleiding kom-onder-je-steen-vandaan ben. Mijn kamer is een tyfusbende: kleren hebben mijn tapijt overgenomen en de afwas heeft zich automatisch opgestapeld. Kortom, ik kan er niets aan doen. 

Oh shit, het besef komt. Ik ben de enige verantwoordelijk voor de zooi in mijn kop. En hé kak, dan ben ik ook de enige die mijzelf kan herpakken. Ik zet een bak thee, trek een joggingbroek en een nonchalante blouse aan die ik hoog opknoop zodat ik me zo’n sexy schoonmaker voel. Ik pak een emmer vol met heet water en dump er veel te veel allesreiniger in. Ik zet Adele heel hard op, gooi mijn kamerdeur dicht en het poetsen begint. “Don’t you remember!” Keihard geef ik een gratis ongevraagd huisconcert. Mijn huisgenoot vraagt of ik een semi-emo bui heb of dat er iets anders is. “Euhm nee, ik ben gewoon aan het schoonmaken en ik houd van Adele.” Blijkbaar is het vreemd als ik opeens als een bezetene alles opruim en schoonmaak. 

Afwas
Beeld: Pixabay/geralt

Na de bitse opruim- en schoonmaaksessie is het tijd voor de administratie. Ik pak een stapel papier en schrijf al mijn ik-moet-dit-echt-nog-steeds-doen puntjes uit mij hoofd op. Ik fix mijn geldzaken, vul oude bonnetjes op Wie betaalt wat in, breng een truitje terug naar de winkel en sjees naar de bank om mijn kerstgeld te storten. En dan bam: het is klaar. Alles is netjes en mijn hoofd is opgeschoond. 

Mijn kerstlampjes gaan aan en de muziek draai ik wat zachter. Ik begin te glimlachen. Mijn chagrijnigheid die al vierentwintig uur licht borrelt in mijn koppie valt in één keer weg. Ik spring naar de keuken waar ik de zoveelste bak thee zet. Mijn huisgenoot staat er weer en ik omhels hem vol blijdschap. Hij kijkt me lachend aan. Het voelt letterlijk alsof er een baksteen van me af is gevallen. Het overzicht is terug en de regie is weer in eigen handen. Laat maar komen 2016: mijn kamer is netjes, geldzaken zijn op orde en mijn to-do list staat duidelijk op papier. Als een kip zonder kop loop ik door het huis. Maar nu met een brede glimlach en glunderende oogjes: ik zie het weer zitten!