Wow, wat een vette baan heb jij. Acht weken feesten in Blanes en Lloret. Dat ziet iedere student wel zitten, denk ik

“Het werk is geweldig. Je krijgt zoveel energie van de gasten en ontmoet enorm veel mensen. Alle personeelsleden van kroegen, restaurantjes en wij als reisleiders, vormen één grote familie. Maar je moet niet denken dat het een gratis vakantie van acht weken is. De grootste groep mensen die naar de baan solliciteert en afgewezen wordt, is de groep die denkt er een gratis vakantie uit te halen. Je moet echt de juiste mentaliteit hebben, want het is kapot hard werken.”

Ja, vertel eens. Wat houdt je werk precies in?

“In Blanes zijn er vier dagen in de week waarop gasten aankomen. Met het vliegtuig of met de bus. Vanaf de camping waar ik sliep, bracht ik dan eerst gasten die vertrokken naar het vliegveld en haalde vervolgens nieuwe gasten op die aan kwamen. Om op tijd op het vliegveld te zijn, vertrok ik om 5 uur in de ochtend. Als de gasten op de bestemming waren, volgde daarna een welkomstpraatje en probeer je partypaketten te verkopen. Daarna bereid je de kroegentocht voor die ‘s avonds is. Natuurlijk moesten we ook een hoop administratie bijhouden, dus je zit ook regelmatig op kantoor. De rest van de week heb je overdag activiteiten, zoals catamarantochten, stranddagen en andere activiteiten waarbij je de groep moet begeleiden. En daarbij sta je iedere avond in de kroeg en de discotheek.”

mensen blij mooi weer

Dat klinkt als een drukke werkweek. Kreeg je wel genoeg slaap?

“Haha, ik denk dat ik een paar uurtjes slaap per nacht kreeg. Officieel moet je als reisleider tot 2 uur ‘s nachts in de kroeg blijven, maar het is altijd gezellig en je ziet het heel vaak toch weer half 5 worden. En daarbij komt dat als reisleider je telefoon altijd aan moet staan. Soms lag ik eindelijk in bed en dan ging mijn telefoon weer. Opnemen moet altijd, dus als een gast aangehouden is door de politie midden in de nacht, moet je er naartoe. Eigenlijk werk je 24 uur per dag. Als je op sommige momenten even alleen bent, kak je heel erg in, maar van de gasten krijg je serieus zoveel energie. Als ik in Nederland drie dagen achter elkaar in de kroeg sta, ben ik kapot. Maar daar was het geen probleem.”

Als je zoveel werkt, verdien je ook vast wel veel of niet?

“Bij Beachmasters verdien je 600 euro in de maand, maar dat maak je op je bestemming eigenlijk al op. Eten en drinken krijgen we niet allemaal gratis, dus daar gaat best veel geld in zitten. Als team kun je aan het einde van de zomer commissie krijgen. Je krijgt een bepaald target, hoeveel geld je minimaal aan een gast moet verdienen. Dat doe je door gasten bijvoorbeeld partypaketten te verkopen. Haal je dat target, dan hou je er een leuk zakcentje aan over.”

mensen buiten bier drinken

Er gebeuren vast ook weleens nare dingen op zo’n zuipvakantie. Heb je veel meegemaakt als reisleider?

“Ja, je wil het echt niet weten. De eerste keer dat ik op mijn noodtelefoon gebeld werd, was ik helemaal in paniek. Een jongen belde dat zijn vriend zijn hand had gebroken. Een andere reisleider had het groepje eerder op de avond al naar het ziekenhuis gebracht, omdat een van de jongens veel te veel gedronken had. In het ziekenhuis was de maag van een van de gasten leeggepompt en daarna zijn ze met z’n allen op een taxi naar huis gezet. Toen de jongen wiens maag leeg was gepompt de taxi uitstapte, was hij blijkbaar zo boos dat hij besloot keihard met zijn hand tegen een paal te slaan. Vandaar de gebroken hand. Ik vond het doodeng om naar hem toe te gaan, maar gelukkig wist ik wat ik moest doen. 

“Aan het eind van de vakantie stond ik nergens meer van te kijken. Je leert jongeren heel goed in te schatten. Ik weet precies wanneer iemand zoveel gedronken heeft dat hij naar het ziekenhuis moet, maar ik zie het ook als het wel meevalt. Een groepje jongens werd enorm boos op me omdat ik zei dat hun vriend wat buitenlucht en water nodig had en niet naar het ziekenhuis hoefde. Ze vonden het belachelijk wat ik zei. Maar aan het einde van de avond zag ik die jongen die daarvoor zo dronken was weer vrolijk dansen en bedankten zijn vrienden me.”

Auteur: Maartje Bressers