Om meteen maar met de deur in huis te vallen: nee, het is niet overdreven om alle alcohol te laten staan als je een topprestatie wil leveren. Vooral het drinken van alcohol de avond voordat je gaat sporten is niet heel gezond voor je. Wat er dan met je lichaam gebeurt? Nou, het volgende:

1. Je bloedsuikerspiegel raakt in de war

De alcohol zorgt ervoor dat je uitgedroogd raakt en maakt dat je een lage bloedsuikerspiegel hebt. Daarom heb je dan ook altijd zo’n zin in vet voedsel met veel calorieën. Ook zorgt het ervoor dat je weinig energie hebt, wat logischerwijs niet goed is voor je prestaties.

2. Je slaapt slecht

Door de alcohol slaap je minder diep, en onregelmatiger. Slaap is een belangrijk onderdeel van goede sportprestaties (“De Tour (de France – red.) win je in bed”, zei Joop Zoetemelk al in 1980). Op die manier heeft alcohol dus een indirect negatief effect op je prestaties.

3. Je wordt dik

Door de calorieën in alcoholische dranken vliegen de kilo’s er snel aan. Niet handig, als je snel en behendig wil zijn, of een duursporter bent. Al die kilo’s moet je dan weer meeslepen.

4. Je wordt brak

Met je brakke hoofd op het sportveld staan, dat is niet bepaald ideaal. Hoofdpijn, maagpijn en algehele malaise zijn niet bepaald bevorderlijk voor je prestaties. Nog afgezien van de dehydratatie, die kramp kan veroorzaken.

Gematigd gebruik

Maar moet je de alcohol dan helemaal laten staan? Nou, gelukkig is dat nou ook weer niet nodig. Volgens sommige experts is het prima om gematigd alcohol te drinken; één of twee glazen de avond voordat je gaat sporten hebben weinig tot geen effect op de prestaties. Dit wordt ondersteund door sommige topsporters, die zelfs zweren bij een glas alcohol de avond voor een grote wedstrijd (om sneller in slaap te vallen). Dus zolang je het niet op een ongecontroleerd zuipen zet, mag je best stiekem een biertje naar binnen gieten. Of twee. Of drie.


Bron: Greatist