1. Ik ga elke keer op tijd naar college



Je doet nog zo je best en zet de avond van tevoren je wekker op tijd. Maar op het moment dat de wekker afgaat, heb je je alweer bedacht. Je vraagt die ene fanatiekeling die er wél altijd om half 9 is, wel heel lief of je zijn aantekeningen mag hebben omdat jij zogenaamd vast zat in de trein, of zoiets.

2. Ik ga op tijd een stage zoeken



‘Oké, het collegejaar is net weer begonnen en over een half jaar moet ik stage lopen, laat ik maar op tijd beginnen’, zeg je tegen jezelf. Twee maanden later heb je welgeteld één mail de deur uit gedaan en daar ben je al best wel trots op. Vervolgens heb je nog maar een maand om een stage te regelen, dus het wordt last minute werk. Je gaat iedereen mailen die je maar kunt bedenken, om nog op tijd een stage te kunnen regelen - anders loop je een half jaar vertraging op. Alsof dat zes maanden geleden niet al genoeg motivatie had moeten zijn.

3. Ik ga een strakke planning maken voor m'n tentamens



Twee maanden voordat je tentamens beginnen maak je een fanatieke planning, omdat je het nu toch écht anders wilt gaan doen. In je planning neem je natuurlijk ook een beetje ontspanning op, wel zo fijn voordat je weer flink aan de bak gaat. Maar als het er op aan komt en je eigenlijk moet gaan leren, ga je vooral je series kijken of gezellig gamen met je huisgenoten. Je stelt het leren steeds een paar uur uit. Je vertelt jezelf dat je echt zo gaat leren, maar uiteindelijk heb je een schamele drie uur geleerd voor dat ene tentamen. Dat is natuurlijk net niet genoeg voor die felbegeerde 5,5.

4. Ik ga alle vakken goed bijhouden



Elke periode beloof je het jezelf weer: ik ga écht de opdrachten maken en me inlezen voor colleges. Het eerste college gaat het misschien nog goed, maar al snel valt dit weg en vind je het belangrijker om je serie te kunnen volgen of dat avondje te borrelen met je maten. Dat betekent dat je voor je tentamens álles nog moet lezen in plaats van alleen je aantekeningen, wat natuurlijk veel te veel tijd kost.

5. Ik ga altijd goed opletten bij college



Tijdens hoorcolleges moet je vooral luisteren naar de docent die voorin de zaal staat. Als je net begint aan een periode kun je het nog wel goed bijhouden met je laptop of tablet, maar naarmate je vaker hoorcollege hebt gevolgd speel je alleen nog maar spelletjes of maak je zinloze tekeningetjes op je aantekeningenblok.

6. Ik ga mijn eigen lunch meenemen



Je koopt brood, beleg en iets lekkers om mee te nemen naar school, zodat je geen bakken met geld kwijt bent aan kantinevoedsel. De realiteit is dat je in de vroege ochtend te lui bent om een broodje te smeren, dus wordt het toch weer 4 euro uitgeven aan een stokbrood of soepje in de kantine.

7. Ik ga echt maar ‘even’ de stad in



Je vrienden vragen je mee om een paar drankjes in de stad te doen. Jij hebt morgen weer een belangrijk college om 10 uur maar ach, je kan toch wel ‘even’ twee drankjes drinken. Eenmaal in de stad aangekomen en als de eerste drankjes binnen zijn, is de afspraak met jezelf snel vervlogen. Uiteindelijk zit je tot de vroege uurtjes in de kroeg en kun je gewoon niet uit je bed komen om 9 uur.

8. Vanaf nú ga ik gezond koken



Als uitwonend student beloof je aan je ouders dat je goed voor jezelf gaat zorgen en elke avond gezond gaat koken, maar al gauw stapelen de pizzadozen zich op. Ook heb je uitgevonden dat kant-en-klaarmaaltijden net zo makkelijk zijn en superveel tijd schelen (tijd die je weer ergens anders aan kunt besteden, een gevalletje win-winsituatie dus).

9. Ik ga echt regelmatig mijn kamer soppen



Als je net op kamers woont is je kamer nog lekker schoon en opgeruimd en je neemt je voor dat je dit zo gaat houden. Het is de bedoeling dat je wekelijks je kamer schoon gaat maken: even stofzuigen, een sopje er bij en een stofdoek over je tv. Maar het komt er op neer dat je één keer in het half jaar je kamer sopt en ook alleen maar omdat je vrienden steeds opmerken hoe vies je kamer wel niet is. Of als je ouders langskomen.