1. Het overleven van de lange autoreis
Zo’n kampeervakantie begon natuurlijk altijd met een ellendig lange autoreis. De uren die je over de snelweg raasde vulde je op met het spelen van allerlei belachelijke spelletjes, het naar binnen schuiven van schandalig grote hoeveelheden snoep, ruzie maken met je broertjes en zusjes die naast je zaten en natuurlijk met slapen!

2. Het zwembad was the place to be
Het zwembad was de plek waar het allemaal gebeurde op de camping. Het liefst was je hier de hele dag te vinden. Met je kekke duikbril en nieuwe zwemoutfit natuurlijk.

3. Zo snel mogelijk vakantievriendjes maken
Het maken van nieuwe vakantievriendjes was een essentieel onderdeel van de kampeervakantie. Hoe je de Nederlandse kinderen herkende? Simpel, je hoefde alleen maar even te kijken naar het kentekenplaat van de auto die bij de caravan stond. En vervolgens verlegen vragen om samen te gaan spelen. Bij het zwembad, uiteraard.

4. Dagjes weg waren kut
Wanneer je ouders besloten dat het tijd was om een toeristisch dagje in te lassen vond je dit verschrikkelijk. Een beetje kijken naar oude kastelen en saaie dorpjes terwijl je eigenlijk het liefste gewoon de hele dag wilde spelen met je nieuwe vakantievriendjes. Met een beetje geluk mocht je op zo’n dag wel een souvenirtje uitzoeken en kreeg je natuurlijk de nodige bolletjes ijs.

5. Hele avonden spelletjes spelen
Wanneer de avond zijn intrede deed was het tijd om spelletjes te spelen. Heel veel spelletjes. Kaartspellen, bordspellen, badmintonnen: het kwam allemaal voorbij. Wanneer het donker begon te worden werden de gaslampen en citronellakaarsen erbij gepakt om toch nog even door te kunnen spelen.

5. Muggenbulten all over the place
Helaas hadden die citronellakaarsen geen enkele nut en werd je elke ochtend wakker met tien nieuwe muggenbulten. Jeuk? Ah joh, even een kruisje erin zetten met je nagels en je kon er weer tegenaan.

6. Elke avond afwassen
“Nee ik heb gisteren al afgewassen, jij bent nu aan de beurt!” Deze discussie werd dagelijks gevoerd met je broertjes en zusjes.

7. Met je pleepapier onder de arm naar de wc
Allemaal leuk en aardig, zo’n caravan of tent, maar naar een wc kun je fluiten. En dus was het hopen dat jullie campingplek enigszins dicht in de buurt lag van een toiletgebouw zodat je geen hele wandeling hoefde af te leggen voor je een plasje kon doen. En het pleepapier? Dat moest je gewoon zelf meenemen.

8. Kaartjes sturen naar het thuisfront
“Het is hier heel mooi weer en we hebben het heel leuk hier.” Deze tekst werd standaard op een ansichtkaart verstuurd naar je opa en oma en je beste vriendjes en vriendinnetjes thuis. Uiteraard kwam deze pas aan tegen de tijd dat je zelf ook alweer in Nederland was, maar dit maakte niks uit.

9. Het emotionele afscheid
Na twee of drie weken leven als een God in Frankrijk (of waar dan ook) was het dan toch echt tijd om weer terug naar Nederland te gaan. Natuurlijk niet voor je emotioneel afscheid had genomen van je kersverse vakantiematties. Uiteraard werden er adressen uitgewisseld zodat jullie elkaar nog brieven kon sturen als jullie weer thuis waren. Snik.