1. De rijke student 

Deze student heeft altijd geld op zijn of haar bankrekening en slaat nooit een feestje over. De rijke student geeft altijd wel een rondje en is de eerste die voorstelt om buiten de deur te gaan eten. Hoe deze persoon aan zoveel geld komt is onduidelijk. De rijke student heeft een bijbaan, maar de uitgaven mogen er ook zijn. Je leeft tenslotte maar één keer.

 

2. De verwende student 

Niet te verwarren met de stinkend rijke. De verwende student krijgt alles van zijn of haar ouders. Zelfs de huur wordt betaald door pappie. Deze student kan zonder moeite geld over de balk smijten, zolang het niet zijn of haar eigen geld is. Komt het op hun eigen portemonnee aan? Dan worden ze krenterig.

 

3. De arme student

De student die nooit geld heeft. De enige keer dat deze persoon mee op stap gaat is de 24e. De dag daarna wordt alles afgeschreven en is het geld weer op. Je kent niemand met zoveel rekeningen als de arme student. Deze persoon is dan ook echt saai. Hij of zij gaat nooit mee, want: geen geld! Eens in de zo veel tijd gooien jullie je overige centen bij elkaar om hem of haar op een biertje te trakteren.

 

4. De schooiende student

Bij deze student ben je liever niet te vaak in de buurt als jij je portemonnee trekt. ‘Kan je ook een bakje koffie voor mij halen, dan geef ik het je later wel terug.’ Je hebt een goed hart en bestelt twee kopjes koffie. De rekening wordt langer en langer, maar je krijg het (bijna) altijd terug. De vraag is alleen wanneer.

 

5. De semi-rijke student

Een leuke mix tussen de rijke en de arme student. Deze persoon leeft twee weken het goede leven en vraagt drie avonden op rij of je mee gaat stappen. Zo halverwege de maand raakt het geld op en verdwijnt de semi-rijke student twee weken uit het sociale leven. Wanneer jij vraagt of hij of zij mee gaat stappen in de laatste twee weken, is het antwoord altijd: de 24e weer!

geld-geldverdienen 600

 

6. De sparende student

Een broodje in de kantine zit er niet in bij de spaarder. Die heeft zijn of haar eigen brood gesmeerd. Deze student gaat altijd mee, maar koopt bijna nooit wat. De sparende student investeert in bijvoorbeeld kleding en heeft de gewoonte om ertussenuit te piepen als de beurt voor het volgende rondje eraan komt.

 

7. De werkende student

Dit is een beetje de mama of papa van de groep. Door weinig contacturen of een jaartje studievertraging werkt deze student bijna fulltime. En dat zuurverdiende geld mag worden uitgegeven! Een nieuwe laptop of telefoon is niks bijzonders en de werker trakteert je soms zo maar op een lunch. Hij of zij gaat alleen nooit mee op stap, want er moet gewerkt worden de volgende ochtend.