1. Het piepje
“Heeft u een bonuskaart?”
“Bonnetje erbij?

“Fijne dag nog!”

's Avonds lig je in bed en hoor je je eigen stem nog nagalmen in je hoofd. Wat je ook doet, de zinnen blijven zichzelf herhalen. En dat dat piepje... Het piepje! Mijn god, je hersenen lijken niet meer van jou, maar overgenomen door dat kwaadaardige piepje. Elke avond in bed, denk je: 'Dit nooit meer! Ik stop ermee!' Maar de volgende dag zit je gewoon weer achter de kassa. “Fijne dag nog!”

2. De (niet zo stille) aanbidder
Elk kassameisje heeft er wel één: een (niet zo stille) aanbidder. Het is die ene klant die altijd bij jou aan de kassa komt staan en elke keer weer opnieuw een flauwe versierpoging doet. Van 'wat heb je mooie ogen' tot 'hee lekker wijf', ze zijn er in alle soorten en maten. Soms aandoenlijk, soms doodeng. En jij als kassameisje maar lief blijven lachen he. Ook als je denkt 'rot op, lul!'.

3. Het identiteitsbewijs
Een sixpack bier komt jouw kant op gerold. Voor je staat een jongen die zowel een 12-jarige of een laatbloeiende twintiger kan zijn. “Mag ik je identiteitsbewijs zien?” De eeuwige discussie gaat van start. “Ja maar ik ben echt wel 23 hoor.” Je legt uit dat je hem toch wilt zien, want je bent immers een voorbeeldige kassamedewerker. Na een immens lange discussie besluit de knul het bier dan niet meer te willen. Als je pech hebt, krijg je nog een 'kutwijf' naar je hoofd. Het is een dankbaar beroep, dat snap je.

4. De zoekende klant
Ook vakkenvullers hebben het soms zwaar. “Sorry, waar vind ik de halfvolle melk?” Je kijkt op en staart in de vragende ogen van een klant. Even vraag je je af of het een grapje is. Aan de vragende ogen te zien, meent de klant het toch echt serieus. Ongelofelijk maar waar. Verbaasd hef je je arm omhoog en wijst twee meter verder. “Daar meneer, in het schap naast u.”

5. Jouw schuld
Er is één ongeschreven regel waar klanten zich blijkbaar aan houden: alles is altijd jouw schuld. Geeft de pinpas 'geen saldo' aan? Jouw schuld. Is het chiazaad op? Jouw schuld. Gooit een klant een stapel blikken om? Jouw schuld. Vergaat de wereld? Jouw schuld. En haal het niet in je hoofd op jezelf te verdedigen want: alles is toch echt jouw schuld. En zo niet, dan toch.

6. Het aftellen
Je kijkt op de klok. Nog 50 minuten tot je naar huis kan. Het was een lange dag van producten scannen, bonuskaarten vragen en identiteitsbewijzen controleren. Je bent hersendood van het constante piepje en wil gewoon naar huis. De rij aan je band vult zich weer met vijf klanten. Fijn! Zo gaat de tijd tenminste sneller. Als je deze klanten hebt geholpen, zal je wel al bijna naar huis mogen. Zo, de laatste neemt zijn bon aan en vertrekt. Je kijkt weer op de klok. Nog 49 minuten. Serieus?!

7. De niet-zo-originele grapjes
Mensen denken van zichzelf dat ze tegelijkertijd hilarisch en ontzettend origineel zijn. “Heeft u een bonuskaart?” – “Nee, die heeft mijn hond opgegeten.”
“Wilt u de bon mee?” – “Nee, ik krijg het toch niet terug van de belasting.” Ha-ha.