1. Je raakt verdwaald

Als je op kamers gaat omdat je gaat studeren in een andere stad, bestaat er een dikke kans dat je meer dan eens stilstaat en vragend om je heenkijkt. Alles is nieuw, maar gelukkig zitten de meeste eerstejaars in hetzelfde schuitje en kan je de stad mooi samen gaan verkennen. Eén voordeel: als je een keer goed verdwaald bent geweest, gebeurt het je niet gauw weer.

2. Je wordt creatief met opbergruimte

Je hebt je oude vertrouwde (en vooral ruime) kamer bij je ouders moeten inruilen voor een paar vierkante meter in het centrum. Een bed, een kast, een bureau, een stoel en vol. Je studieboeken moeten maar in de vensterbank staan, want alle opbergruimte is al bezet.

3. Je verpest je was

Eindelijk weet je hoe de wasmachine werkt en kan je daadwerkelijk de was draaien die je wil. Netjes de kleuren gesorteerd en de wasmachine goed afgesteld. Dan slaat het noodlot toe: die mooie donkere spijkerbroek die je vorige week hebt gekocht geeft als een gek af. Alles is blauw als je de wastrommel leeghaalt. Oeps.

4. Er komt echt niemand opruimen. Echt niet. 

Je zal vanaf nu je eigen troep op moeten ruimen. Al laat je het de eerste weken gewoon slingeren. Toch heb je op een gegeven moment je bureau en je stoel nodig. Je spul verhuizen naar je bed is een tijdelijke oplossing, maar dit gaat uiteindelijk ook niet werken. Je zal toch ergens moeten slapen.

5. Je hoort de bovenbuurman maar al te goed

De meeste studentenwoningen zijn vies, klein en vooral gehorig. De spotifyreclame knalt dwars door de muur heen en sommige huisgenoten houden zich niet in als ze nachtelijk bezoek hebben. Als ze geen feestje hebben gehad, zijn ze wel aan het stofzuigen om acht uur ’s ochtends. Terwijl jij een keer kan uitslapen. Maar wees gerust: na een poosje raak je hier aan gewend. Echt.

wonen-wasdoen

6. Je vergeet het schoonmaakrooster

Ja, ze bestaan wel degelijk. Net als die ene huisgenoot die je er altijd aan herinnert dat het jouw beurt is om de douche te schrobben. Het drie keer op rij per ongeluk vergeten valt niet goed bij deze roommate.

7. Huisgenoten

Irritant, maar ook gezellig. In het begin haal je de namen van je huisgenootjes door elkaar en ’s ochtends is het nog wel eens ongemakkelijk, maar na de eerste huisavond heb je geen geheimen meer voor elkaar.