1. ‘Ik ga de literatuur vanaf het begin goed bijhouden’.

Mission accomplished: dag 1. Mission failed: vanaf dag 2. Want hoe gemotiveerd we ook zijn en hoeveel ‘zin’ we in eerste instantie ook hebben om ons door wetenschappelijke artikelen heen te wroeten: het is – in the end – ongelofelijk saai. Waarom zou je? Docenten herhalen toch vaak het belangrijkste uit de artikelen, en er is vast via Stuvia – of via een nerdy studiegenoot – een samenvatting te vinden. Bovendien heb je wel wat beters te doen dan saaie artikelen lezen.

2. ‘Ik ga op tijd beginnen met het studeren voor de tentamens’.

Dit beloof je jezelf niet alleen elk studiejaar, maar ook elk semester. Wel is het zo dat in september de motivatie – in de meeste gevallen dan, er zijn altijd uitzonderingen – zijn piek heeft bereikt. Je maakt een nieuwe, frisse start en je hebt net een welverdiende wekenlange pauze achter de rug gehad. Maar half oktober is het weer zover: stress, paniek. 0 artikelen gelezen, aardig wat colleges gemist en je begrijpt de stof niet. Het gevolg hiervan is dat je nachten moet doorhalen, online samenvattingen moet vinden en in de stress schiet. Het eindresultaat: een 5,5 (of net niet als je pech hebt).

3. ‘Ik ga naar alle colleges toe’.

Tuurlijk joh. Lekker om 9 uur ’s ochtends met je brakke kop en de alcohol nog vloeiend door je aderen in een collegezaal zitten. Je had net zo goed in bed kunnen liggen. En als het college toch wordt opgenomen (als je mazzel hebt), waarom zou je dan in vredesnaam zó veel moeite doen om naar de uni te fietsen (15 minuten, veel te lang natuurlijk). Je hebt wel wat beters te doen dan colleges volgen (lees: uitslapen en brak zijn).

4. ‘Ik ga nu écht minder koffie halen’.

Je kent het riedeltje wel: voor college nog even langs de kantine of de automaat om een koffietje (of een theetje) mee te pakken, want tsja, is toch een stuk goedkoper op de uni dan bij de Starbucks. Toch zie je ook regelmatig Starbucks/Broodzaak/Kiosk-studenten met een warme drank de collegezaal in paraderen. Maar waarom? Van thuis is het een stuk goedkoper. Je hoeft alleen een thermoskan aan te schaffen, in je tas te gooien, en klaar is kees. Maarja, je kent het wel, te veel moeite. En een entree maken in de collegezaal met je kartonnen koffiebekertje voelt toch meer student-ish dan een oude thermoskan op tafel zetten.

5. ‘Ik ga me aan het schoonmaakrooster houden’.

Ja, geloof je het zelf? Alsof jij na een lange collegedag nog zin hebt om restjes uitwerpselen van je huisgenoten uit de plee te schrobben. Jij chillt ‘m lekker languit op de bank. En die afwas, die komt later wel. Ooit. Over 3 weken, als alles aangekoekt is en het toch wel héél erg begint te stinken in de keuken. Je huisgenoten denken er waarschijnlijk hetzelfde over. De uitdrukking ‘als er één schaap over de dam is, volgen er meer’, is héél erg van toepassing in dit geval. Of laten we ‘m met een realistischere insteek formuleren: als één student eenmaal op de bank ligt, volgen er meer. Tot zover het zeldzame fenomeen dat het schone studentenhuis heet.

6. ‘Ik ga vaker bij mijn ouders op bezoek’.

Dit is de minst riskante belofte. Ouders koken voor je, je hoeft er niet schoon te maken, en als je mazzel hebt, doet mams ook even je vieze was (en ze strijkt het, hoe lang geleden is dát?!). En ook al drink je liever bier met dispuutsgenoten, het is maar beter om het thuisfront te vriend te houden. Zeuren paps en mams ook minder vaak aan je hoofd en vallen ze je niet lastig met telefoontjes ‘of alles wel goed met je gaat want we hebben al zo lang niks gehoord en we maken ons zorgen’. Zij blij, jij blij. En je kunt even ontsnappen uit het studentenleventje waarin je continu geconfronteerd wordt met goede voornemens die tóch niet uitkomen…