De chille gast

De beste huisgenoot die je maar kunt hebben is de chille gast (of chick). Hij of zij heeft negen van de tien keer de deur open staan en is altijd wel in voor een gezellig praatje. Heeft ook altijd wat te vertellen: uit welke kroeg hij of zij de avond ervoor gedragen is, wie op dit moment met wie date en weet alles over de ins en outs van zijn of haar studentenvereniging.

De chille gast heeft als stopwoord ‘chill!’ en voelt zich het meest comfortabel in een joggingbroek en met teenslippers aan beide voeten. Nadeel van deze huisgenoot: heeft moeite met afwassen, noemt rondslingerend ondergoed decoratie en houdt het liefst muizen als huisdieren.

 

De stille

Stille wateren, diepe gronden. Toch is de stille huisgenoot totaal boring. Jij hebt geen idee wat je tegen hem of haar moet zeggen, naast ‘goedemorgen’ en ‘hoi’. Van een gezellig gesprek komt het nooit.

De stille huisgenoot sluit zich vaak op in zijn of haar eigen kamer en geen van de andere huisgenoten hebben een idee wat hij of zij daar uitspookt. Studeren? Een winterslaap houden? Masturberen? Een aanslag voorbereiden? Het is allemaal mogelijk.

Voordeel van deze huisgenoot: geluidsoverlast zal je er niet van hebben. Maar dat is dan ook het enige voordeel, want je weet maar nooit waar deze huisgenoot toe in staat is.

 

De mama

Ook wel de regelteef genoemd. Weet van voor naar achteren hoe het huis werkt, kan op commando alle mobiele telefoonnummers van huisgenoten opnoemen en is de beheerder van het schoonmaakrooster. Is ook nog eens de manager van alle huisfeestjes.

Zij (of hij, want ook mannelijke mama’s bestaan) heeft een hechte band met de huisbaas en is ook niet te misselijk om hem op het matje te roepen als het huis weer eens op instorten staat. Heeft ook niets tegen het verzorgen van zieke of brakke huisgenoten, zelfs als hij of zij een paar grondpizza’s moet opruimen. Is streng maar rechtvaardig.

Nadeel van deze huisgenoot: betrokken, maar ontzettend bemoeizuchtig. Denk je van je eigen moeder af te zijn, krijg je te kampen met zo’n huisgenoot. Je moet het maar leuk vinden.

mensen-vrijetijd

Het kind

Waar een mama is, is een kind. Het kind is de huisgenoot die te lui is om zijn eigen reet af te vegen. Kent z’n eigen grenzen niet en komt daardoor meerdere malen per week totaal laveloos het huis binnenstrompelen.

Met een beetje geluk woont het kind op de begane grond en hoef je hem of haar niet een aantal trappen omhoog te slepen. Gelukkig wordt het veilig naar de kamer brengen doorgaans verzorgd door de mama, die zich volledig ontfermt over het kind.

Voordeel van deze huisgenoot: is er niet. Denk jij eindelijk volwassen te worden tijdens je studententijd, heb je nog altijd last van een vervelend, klein, dronken broertje. Dat ben je liever kwijt dan rijk.

 

De azijnpisser

Waarom staat je bierglas nog STEEDS op het aanrecht? Ik doe een middagdutje, kan die kutmuziek wat zachter? Is het gezamenlijke brood NU al op? Typische vragen die door de azijnpisser gesteld worden. Absoluut geen leuke huisgenoot, want er is altijd gezeik. Een confrontatie met de azijnpissende medebewoner zorgt altijd voor stress, irritatie en kan leiden tot haat.

Ook al doe je netjes de afwas, zorg je ervoor dat er altijd brood in huis is en staat je muziek op z’n allerzachtst, dan zijn er weer andere ‘problemen’ waar deze azijnpisser over moet zeiken. Klikt ook graag tegenover de huisbaas.

Een huisgenoot als deze hebben is alleen maar nadelig, want de azijnpisser maakt het leven van alle andere huisgenoten zuur. Wegpesten of verhuizen naar een ander studentenhuis is waarschijnlijk de enige manier om van deze zeikstraal af te komen.