1. De glampers

Vol enthousiasme roepen deze mensen dat ze gaan kamperen, “Gaan jullie kamperen? Dat hadden we echt niet van jullie verwacht, wat stoer!” Ondertussen is hun camper van alle gemakken voorzien: kingsize bed, inloopkledingkast, luxe tv en eigen sanitair. Eigenlijk verblijven ze in een luxe appartement, maar dan mogen ze het ‘kamperen’ noemen. “Helemaal super, dat kamperen!”

2. Het ‘alles is vies’-meisje

“IS DAT EEN BEEST??!!” Die kreet zal je vaak van haar horen. Ook gaat ze maar één keer per dag naar de wc, want die is toch zo verschrikkelijk vies. Bovendien loop je natuurlijk hartstikke voorschut met een wc-rol onder je arm. Laat staan dat je Jimmy Choo’s van 15 cm hoog nog vies worden op weg naar de wc (van kaplaarzen heeft ze nog nooit gehoord).Waarschijnlijk is ze er na twee dagen kamperen al niet meer, dan heeft ze inmiddels een van haar vrienden zover gekregen om haar op te halen van ‘deze ellende’, zoals ze het zelf zou verwoorden.

3. De aso’s

Elk jaar zijn ze weer van de partij: de aso’s. Maakt niet uit of hun caravan naast die van jou staat of een kilometer verderop, je merkt evengoed wel dat ze er zijn. Ze hebben de hardste stem van iedereen op de camping (laat staan het volume van hun gelach), ze reserveren ’s ochtends vroeg al de beste ligbedjes bij het zwembad door hun handdoek erop te leggen, de hele camping kan meegenieten van hun muziek (vooral ’s avonds wanneer ze dronken zijn) en met een beetje geluk hebben ze hun akelige keffertje mee dat de hele camping bij elkaar blaft. En als het de hond niet is, zijn het de kinderen wel die de camping compleet terroriseren met hun gekrijs.

4. De ‘back to nature’-kampeerder

Een camping is te mainstream voor deze mensen. Zij gaan, in tegenstelling tot de glampers, liever in een uitgestorven bos zitten zonder ook maar enige vorm van luxe. Het enige wat je meeneemt is een tent, de rest verzorg je ter plekke. Zelf je eten vangen en braden boven het kampvuur, douchen in het meer vijf kilometer verderop (uiteraard alleen te vinden met behulp van een kompas ), je kont afvegen met brandnetels, praten met dieren bij gebrek aan menselijk contact, ’zelf een vuurtje stoken van sprokkelhout en hopen dat je nog weet welke bessen giftig zijn en welke niet. Expeditie Robinson is er niks bij.

5. De budgetkampeerder

Op de budgetcamping zijn er wel voorzieningen, maar dan zeer minimaal. Als er maar geen cent teveel wordt uitgegeven, dat is het motto. Plezier maken lukt ook wel zonder zwembad en kinderdisco en die broodjes van drie weken oud zijn nog best te eten. Je behoeften doe je boven een groot gat, douchen doe je samen met nog vijf andere mensen en de kans dat het niet heel fris ruikt op de camping is vrij reëel. En erop uitgaan? Je kunt toch ook prima een boek lezen bij de tent?

WORD REDACTEUR VOOR STUDENTEN.NET