1. Je college wacht wel

De wekker gaat. Ondanks de flinke kater krijg je je ogen open. Een wonderbaarlijke prestatie, chapeau! Vlug probeer je te bedenken waarom die wekker ook al weer gaat. Mijn god, dat is waar ook: college. Ach, die kan je ook wel een dagje overslaan toch? Ja natuurlijk! Probeer dit in het werkende leven maar niet uit: geen enkele baas laat je een dagje overslaan vanwege een kater.

2. Gratis geld

Elke maand is het weer feest: de studiefinanciering. Vreugdesprongen en gejuich! Hiephoi, gratis geld. De afgelopen dagen leefde je op water en brood, dus op naar de supermarkt en lekker inslaan! In het werkende leven moet je gewoon werken voor je geld hè. Dan krijg je het niet meer zomaar meer. Werken? Getver.

3. Goed verhaal

Door jouw uitbundige studentenleven heb je elke keer wel weer een goed verhaal te vertellen aan je vrienden. God-o-god, mijn klasgenoot werd wakker in een boom. En mijn huisgenoot dronk drie kratten bier weg in een half uur! Tja, wat ga je je vrienden vertellen als je fulltime werkt? Dat je baas een lelijke nieuwe trui droeg? Slecht verhaal man.

4. Het studentenhuis

Het studentenhuis is een soort walhalla! De lucht van frituur en de koelkast vol bier! Lekker als studenten onder elkaar een beetje hangen. Wat wil je nog meer? Nou, als je eenmaal werkt kan je het vergeten hoor. Je ligt buiten de groep. Je doet niet meer mee. Je bent de partypooper die wil dat het om 9 uur ’s avonds stil is op de gang. Ga jij maar een echt huis huren of zo. Het studentenhuis kom je niet meer in. Saaier kan niet.

5. Studentenkorting

Als student krijg je overal korting. Kledingwinkels, uitjes en zelfs vakanties. Het leven wordt ons wel heel makkelijk gemaakt. Je krijgt korting alsof je het lievelingskind van de wereld bent. Maar ja, dan ben je geen student meer en sta je daar in die winkel met je studentenpas van twee jaar geleden. “Sorry meneer, geen korting voor u.” Beetje sneu.