Misschien is dat allemaal tegelijk nogal veel van het goede, dus misschien kun je maar beter bij je mammie blijven wonen. Lekker knus, goed eten en altijd lekker op tijd naar bed; klinkt goed, toch? Nou nee, eigenlijk niet. Als je daar zin in hebt, moet je dat vooral doen, maar meteen op kamers gaan is toch echt veel leuker. En wel om onderstaande redenen.

 

1. Vrijheid, blijheid

Als jij in je studentenhol in je smerige semi-witte onderbroek op de bank de hele dag slechte tv-series wilt kijken, dan moet je dat vooral doen. Geen mens die je tegenhoudt. Ook als je in diezelfde onderbroek een eitje wilt bakken, op de wc wilt zitten met de deur wagenwijd open of een bacteriecultuur probeert te kweken in je eigen afwas; allemaal geen probleem want je moeder is toch niet in de buurt om op je te zeuren. Je huisgenoten zijn er natuurlijk wel, maar die zijn een stuk makkelijker te negeren.

 

2. Geen dagelijkse treinreizen

Bij je ouders wonen betekent voor elk college dat hele eind met de trein naar de stad. Geen pretje, want je bent natuurlijk altijd veel te laat (colleges om negen uur ’s ochtends moeten verboden worden) en dan is de enige plek die nog vrij is het stoeltje in de gang, naast het naar uitwerpselen stinkende toilet. Alsof dat nog niet erg genoeg is kom je altijd te laat op college, omdat de dienstregeling van de NS elke dag in de soep loopt door een paar blaadjes op de rails. Nee, ga dan maar lekker op kamers wonen. Je rolt om vijf voor negen je bedje uit, trekt je stinkkloffie van de vorige dag aan, fietst een stukje en nestelt je lekker diep in de collegebanken. Helemaal klaar voor een productief dagje.

 

3. Huisgenoten

Je zit al zo ongeveer 18 jaar met dezelfde koppen om je heen, namelijk die van je ouders en eventuele broers en zussen. Die heb je dus wel gezien, inmiddels. En je moet er toch niet aan denken om ook je hele studententijd daarmee opgescheept te zitten? Jou niet gezien, je regelt snel een leuk studentenhuis met een stel leuke huisgenoten, dat is een stuk gezelliger. Zoek vooral wat lichtelijk geestelijk gestoorde huisgenoten uit. Dan blijft de sfeer er lekker in en hoef je je nooit te vervelen.

 

4. Je eigen plekje

Een eigen kamertje biedt een hoop voordelen. Zo heb je altijd een slaapplek voor na het stappen, en hoef je dus niet bij vrienden thuis op een veel te dun luchtbedje te liggen. Ook is het lekker dat je je kamer naar hartenlust kan indelen. Als je bijvoorbeeld je hele kamer vol wilt zetten met My Little Pony-poppetjes, dan kan dat, niemand die je tegenhoudt. Wel is het dan de vraag of er nog wel iemand bij je langs wil komen, maar dat moet je dan maar zelf weten. Overigens kan er in je eigen studentenkamer ook naar hartenlust op luidruchtige wijze de liefde worden bedreven (als je tenminste die My Little Pony’s eerst weghaalt), zonder bang te zijn dat je onenightstand ’s ochtends bij je ouders aan de ontbijttafel zit. Wel zo prettig.

 

5. De uitwonende student is een rijke tata

Als uitwonende student kun je meer lenen bij DUO (of krijg je een hogere aanvullende beurs als je daar recht op hebt). Niet verkeerd, toch? Daar kun je mooi weer een kratje bier van kopen. Of misschien wel twee. Of drie. Het nadeel is wel dat je zelf je eten moet betalen, maar dat los je dan wel weer op door alleen maar noodles met knakworsten en ketchup te eten. Dat is lekker goedkoop en die vitamines eet je er wel weer bij als je een weekendje naar je ouders gaat. Jazeker, het leven van de uitwonende student gaat wel degelijk over rozen. Dus neem vooral die stap en zoek een fijn huis uit, want het studentenleven staat al veel te lang op je te wachten.