1. Je begint vol goede moed

Yes, je gaat je studie afronden! Afstuderen klinkt zó volwassen.

2. Je snapt niet waarom iedereen altijd zo negatief is over afstuderen

Waar zeurt iedereen toch altijd over? Je hebt je onderwerp bedacht en uitgewerkt, en je begeleider is positief. Je gaat lekkerrrr!

3. Je hebt alle tijd om uit te stellen

Je bent immers nog maar eventjes student en daar moet je van genieten. Vandaag ben je brak dus verruil je je laptop en scriptievoorstel voor een middagje Netflix. Je hebt toch nog ALLE tijd en je werkt toch veel beter onder druk. 

4. Met frisse moed aan de slag

Oké, je zit er klaar voor. Laptop, notitieblok, kopje koffie. Wordbestand geopend. En tikken maar! Na drie uur heb je vijf regels geschreven waarover je eigenlijk helemaal niet tevreden bent. Even pauze dan, morgen begin je écht.

5. De twijfel slaat toe

Fuck, waar moet je beginnen? Opeens twijfel je over je onderwerp en is er helemaal geen literatuur te vinden.

6. Je kan je begeleider wel schieten

Na een paar dagen ploeteren heb je een gesprek met je begeleider die je vertelt dat hij helemaal niet tevreden is over je stukken tot nu toe. 

7. KLAGEN

Je klaagt tegen iedereen die het maar horen wil (of niet horen wil – daar geef je niet meer om). Afstuderen. Is. Zo. Zwaaaaaaar.

8. Waar is al die vrije tijd gebleven?

Weekend is geen weekend meer en een vrije dag al helemaal geen vrije dag. Alle vrije tijd gaat volledig op aan je scriptie.

9. Hou op! Ik wil er niet over praten!

Iedereen in je omgeving bemoeit zich opeens met jou en je scriptie. Is vast heel lief bedoeld, maar jij kan de vraag “Hé, jij bent nu toch aan het afstuderen, hoe gaat het met je scriptie?” niet meer horen. 

10. KLAAR! FINITO! VRIJHEID!

JA! Het moment is daar. Je hebt je scriptie ingeleverd en je hebt je vrijheid terug. Dit moet gevierd worden in de kroeg met bier! Héél veel bier. Gefeliciteerd!